WAT BETEKENT 'ELPIS'?

Het woord 'elpis' is Grieks. Er is een beroemde mythe die vertelt, dat Zeus (de Griekse oppergod) aan de mensen een vat schonk gevuld met goede gaven. Ze mochten dat vat niet zelf openen, maar ze deden het toch. De gevolgen waren desastreus. De goede gaven ontsnapten en keerden terug naar de godenwereld. Haastig deden de mensen het deksel weer op het vat. Daardoor kon één gave bewaard blijven. Dat was de hoop. Toch moeten we zeggen, dat de troost die volgens dit verhaal wordt gegeven een schrale troost is. Dat waren de oude Grieken zich ook terdege bewust. Als we zeggen 'ik hoop het', dan spreekt daaruit eerder twijfel dan zekerheid.

In de christelijke levensvisie komt het woord hoop ook voor. Denk maar aan de trits: geloof, hoop en liefde. Dat komt uit een stuk in de bijbel dat oorspronkelijk ook in het Grieks is geschreven. De bijbel verbindt echter geen twijfel aan hoop. Eerder verwachting. Natuurlijk kent ook de bijbel de ijdele hoop. Bijvoorbeeld de hoop die je kunt vestigen op geld en goed. Die hoop vergaat met de rijkdom. Ook hoop die gevestigd wordt op politieke machten is vaak ijdel evenals de hoop die gesteld wordt op zelfverwerkelijking langs een religieus, spiritueel of moreel pad. Hoop die gevestigd wordt op de liefde van God is van een andere orde. O ja, waarom zou die dan opeens anders zijn? In de christelijke traditie is de ervaring opgedaan, dat Gods liefde aan alles vooraf gaat, dus niet afhankelijk is van ons geloof of de loop der dingen. Gods liefde is ondubbelzinnig zichtbaar gemaakt door Jezus. Door hem is mogelijk waarop de meeste mensen hopen, namelijk vrijheid, vreugde en vrede. Die hoeven niet meer 'bereikt' te worden. Die mogen door Gods goedheid je deel zijn als een geschenk. Dat maakt het leven anders, zodat je altijd -ondanks alles- hoop hebt. Als je dat ervaren hebt, wil je niet meer zonder.

*


blik op de horizon 


zoekt en gij zult vinden 


plaats van verwondering